“Ik ben dankbaar dat boosheid er soms is, want het geeft aan dat ik ergens anders aandacht voor mag hebben.”
Recent werd ik geconfronteerd met boosheid van een ander en dat zette me aan het denken.
Het bracht met terug bij de beginjaren van mijn ondernemerschap in het familiebedrijf. Ik was namelijk zelf in die tijd heel goed in boos zijn. Het was een kunstje dat ik me aardig eigen had gemaakt.
Ik was boos omdat we jarenlang bestolen waren door onze toenmalige boekhouder, waardoor bijna 75 jaar van keihard familiewerk zou kunnen verdwijnen door één ‘judas’.
Vooral was ik boos op hem. Ik dacht veel aan hem, want werd bijna de hele dag geconfronteerd met de puinhoop die hij had achtergelaten. Een boekhouding die op het oog in orde leek, maar aan de binnenkant zo rot was als een appel die je eerst een paar keer op de grond laat vallen. Ik werd er dagelijks mee geconfronteerd wanneer ik wéér een selectie moest maken welke leverancier we wél of niet gingen betalen. Of wanneer ik weer eens een onverklaarbare post als verlies moest boeken omdat niemand wist wat het was.
Het maakte me boos, híj maakte me boos. En ik had zo’n beetje de hele dag triggers die dat in stand hielden. Als een vicieuze cirkel, waar geen einde aan kwam en iedere keer het liedje op repeat speelde.
Ik was inmiddels zó goed beoefend, dat boosheid een sterk neuraal netwerk in mijn brein had. Een dominant netwerk waarlangs mijn beslissingen en kijk op het leven gingen. Ik nam het dus niet alleen meer mee naar mijn werk, maar ook in het dagelijks leven. Mijn blik op hoe ik het leven zag ging voor een groot deel langs en via de wegen van mijn boosheid. Ik had een vernauwde blik op het leven, die vaak in zinnetjes langs kwam als: ‘waarom zit het nou “nooit” mee…’ en ‘het gaat me nooit lukken om…’, maar ook wijzend naar anderen zoals: ‘zie je wel…’
Ik zag de wereld door een negatieve, verbitterde en vaak ook angstige bril, terwijl de wereld ook alle alternatieven te bieden had, zoals de kansen die er waren, dingen die goed gingen en complimenten die ik kreeg. Op een of andere manier wist ik die toen niet op waarde te schatten.
Buiten dat mijn resultaten zakelijk niet uitmuntend waren, was ik privé ook niet de leukste versie van mezelf in die tijd. En dan te bedenken dat er maar vierentwintig uur in een dag zitten en ik toch een groot deel daarvan invulde met boos zijn op de de wereld.
Nu weet ik beter. Boosheid is er nog steeds, maar in plaats van dat het mij in de grip heeft, ben ikzelf de baas. Daarnaast is het maar klein onderdeeltje van mijn tijd en komt het zelden voor dat ik vanuit boosheid reageer. Ik ben dankbaar dat boosheid er soms is, want het geeft aan dat ik ergens anders aandacht voor mag hebben, zoals bijvoorbeeld onmacht die ik voel als ik geen controle heb over een zakelijk proces of een verlangen die ik heb die nu niet wordt vervuld. Waar ik er voorheen tegen streed, strijden we nu hand in hand. En waar ik voorheen vanuit boosheid wees naar een ander als aanstichter, kijk ik nu naar wat het zegt over mezelf.
Zie boosheid dus niet als je vijand, maar als je vriend. Als een belangrijke medestander om het vizier te helpen wijzen naar waar het écht om gaat. Naar wat er écht speelt op dat moment. Voel een laag dieper wat daar zit en je zult zien dat het je leven verandert.
Positief.